Ga naar de inhoud

02Freek de Jonge

Schuld en boete in een winterlandschap

‘Ach, daar ben je.’ Ik ben veertig minuten te laat. Ik schaam me.
Geen files als excuus, maar een niet-startende auto. De vrieskou is niet
genoeg voor een Elfstedentocht, maar helaas wel voor mijn autoaccu. Een fotograaf hoort niet te laat te komen. Nooit.
Mijn schuldgevoel dooit samen met het ijs, want Freek is de vriendelijkheid zelve.
De man heeft tijd vandaag.
‘Wat voor portret wil je maken?’, vraagt Freek van achter een dampende kop koffie.
‘Een mooi portret’, antwoord ik naar waarheid. Een kleine rondleiding in het huis volgt, op zoek naar geschikt licht. Ik kijk niet naar het meubilair of naar de kunst aan de muren. Dat is voor straks. Nu interesseert me enkel hoe het licht door de ramen naarbinnen valt, hoe het heldere buitenlicht op de bleke huid van de mooie grijze man valt.

In mijn gedachten zie ik Freek de Jonge als molenaarszoon onder de lamp zitten tussen de plastic vliegenvangers met zijn biddende familie in de film De Illusionist. Een film zonder dialoog, met uitzondering van een vloek, een schreeuw en wat gewouwel. Dat ik zo gek was van deze visuele film begrijp ik nu pas. In de hele film zat geen dialoog en dat was voor deze jongeman, die nog niet wist dat hij dyslexie had, een zegen. Kijken zonder struikelen, zien zonder taal, dansen zonder letters. Heerlijk was dat. Onbewust was het misschien daarom dat ik Freek wilde fotograferen. Een portret als een dankbare schuldaflossing.  Nu sta ik bij een zolderraam, oog in oog met de man die me destijds visueel heeft geprikkeld. Mijn lens tegenover een huid van gekrast metaal, haren van zilver en die twee ronde onafscheidelijke brillenglazen. Twee mooie vergrootglazen zonder montuur. Normaliter zijn brillen obstakels voor een portret. Vervelende reflecties, schreeuwende monturen, vaak vervelende afleiding, meestal modieuze rookgordijnen, maar deze is een pareltje. Je kunt je Freek niet voorstellen zonder een bril. Glas voor altijd gebeiteld tussen zijn oogkassen.

Nederland rouwt. Geen Elfstedentocht en een in levensgevaar zijnde prins.
Tweemaal is sneeuw de schuldige. Tweemaal intens verdriet.

We besluiten om naar de bevroren rand van het IJsselmeer te gaan. Ieder seizoen heeft zijn geschenk. De schaatsen worden samen met de oude schaatsbroek te voorschijn gehaald. Buckler is er op de zijkant van de broek ouderwets opgenaaid. Buckler, het Nederlandse alcoholvrije biertje waarvan de verkoop kelderde door een cabaretier en dat uiteindelijk uit de handel werd gehaald.

Nu wacht ik ongeduldig op een andere cabaretier die de rest van de Hollandse bieren van de markt kan halen, zodat er eindelijk eens echt bier uit die Hollandse tapkranen kan stromen. Met voorkeur Belgisch bier, maar dat had u al begrepen.

Ik heb pech. De ijsvlakte is prachtig, maar het zonlicht is te hoog en te fel. Iedereen blij, behalve deze fotograaf. Middagzon is leuk op vakantie, maar niet wanneer je een portret wil maken. Te veel, te hard. De zon is een kogelstoter.

Dichtgeknepen ogen en vreemde grimassen. Oogcontact verdwijnt met de noorderzon. Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik een portret in volle zon heb genomen. Gelukkig is Freek een man die gewend is aan het harde spotlicht. Een wilg biedt ons een beetje bescherming. Diffuus licht door de takken. Een boom als troostprijs. Ik hoop nog op een voorbijschuivende wolk, maar tevergeefs, de zon klimt nog steiler. Freeks brillenglazen lijken twee vergrootglazen. De breking en bundeling van het zonlicht door zijn brillenglazen zouden een droog bos in brand kunnen steken. Freek geeft amper een kik. Hij knielt op de koude sneeuw. Schuld en boete in een winterlandschap. Was ik op tijd geweest voor de afspraak, dan was het licht misschien mooier geweest. Falen in de belangrijkste les van fotografie: kom op tijd. Freek schaatst nog even op het onregelmatige ijs om zijn lichaam weer op te warmen. Vermoedelijk is hij nu in zijn gedachten de ultieme sprint uit zijn Bucklerbroek aan het schudden om Van Benthem te verslaan.

Ik volg hem door mijn toestel. De lange zwarte jas snijdt door de witte vlakte. Zijn stijl is niet meer die van een dertigjarige, maar zijn lange ranke lichaam is een heerlijk gezicht. Schaatsen is ballet onder het vriespunt.

Verdomme, de winter kan mooi zijn. Het land kan nu wat troost gebruiken.