Ga naar de inhoud

07Maarten Biesheuvel

Niet meer schrijven, eindelijk verlost van de druk

Vijf foto’s mag je nemen’, vertelde de oude schrijvermeaan de telefoon. Eén, twee, drie, vier en vijf. Niet dat ik een mitrailleur ben,maar een doeltreffende sluipschutter ben ik nu ook weer niet.

Mijn eerste tienopnameszijn er gewoonomde sluimerstand van het oog te ontluiken. Losse flodders, slecht gemikt, zelden bruikbaar. Vijf klikken voor 566 km, de afstand van mijn woonplaats tot Leiden en terug. Het rekenwonder in mijkomtuitopéén opnameper 113 km. Ja, fotografen zijn ervaren chauffeurs. Ikkonhet huis niet missen,hadzijn vrouw Evameverteld. Het laatste huis van de straat, verstopt tussen de bomen. Het enige houten huis van Leiden.

‘SunnyHome’staat er vrolijk boven de voordeur. Dit lijkt mewel zeer ironisch voor het donkerste huis van de stad. En danbedoel ik niet alleen vanwege het weinige licht,maar ookomdatMaarten Biesheuvel behalveomzijn schrijverskunst bekend staatomzijn langdurige depressies. Deschrijver slaaptnogbij mijn aankomst. Net als de tien poezen. Enkel de 18-jarige kater Knorretje loopt rond. Uitgeput door het leven.Ouderdom,de mooiste ziekte waaraan menkan sterven.

Dethee wordt door Eva uitgeschonken.Deheerlijke stilte in het huis wordt alleen door het getik van een wandklok doorbroken. ‘De poezenwordener rustig van. En wij ook’, vertelt Eva. Hoelang is het geleden dat ik enkelnogdit geluid hoorde in een huis? Tik, tik, tik, tik. Net het klikken van een oude fotocamera. Dit is mijn opwarming, bedenk ik. Straks slechts vijf keer afdrukken. Vijf kansen voor drie foto’s. Recht optwee missers.

‘Wil je de schrijfkamer al bekijken voordat Maarten wakker wordt?’ vraagt Eva.

Ik kanmenietmeerherinneren wanneer ik voor het laatst een schrijver in zijn schrijfkamer heb gefotografeerd. Niets zo saai als een schrijver voor zijn boekenkast of achter zijn computer. Maar de donkerewoonkamerdrijftmegewillig naar het schrijversnestopde eerste verdieping. Een zoektocht naar het licht. Tevergeefs.Deschrijfkamer is zo donker als het ZwarteWoud. Hier staat de tijd stil.Degloeilamp lijkt de laatste uitvinding in deze bijzonderkamer. Sigarenpeuken in overvolle asbakken, lege flessen, oude kranten, een vermoeide wekker en een kompas.Aandemuurhangen vergeelde foto’s. Ik herken de schrijver in jongere gedaantes tussen uitgeknipte pin-up foto’s. Literatuur en seks. Hetopeen na beste huwelijk, na literatuur en de dood. ‘Ik ben lui,domen geil’, vertelt de inmiddels wakkere schrijver. Vanwegede blotedamesaan demuurgeloof ik vooral dat laatste.

‘Ik ben gestoptmetschrijven. Ik was een meester in overdrijving en uitweiding. Maarnuschrijf ik geen lettermeer. Ik hadeigenlijk na mijn eerste boekmoetenstoppen. Dat debuut viel als een steen in een stille vijver.Devijver is nooit nietmeerstil geweest. Behalve sedert vier maanden. Sinds ik gestopt benmetschrijven. Het zijn vier gelukkigemaanden geweest. Eindelijk verlost van de druk. Nietmeerhoeven te schrijven. Geen getobmeerin het hoofd.’

Aanhet stof en de spinnenwebben tussen de toetsen van de oude Remington te zien is dit niet gelogen. Een groen zijden doekje uit Samarkande bedekt de schrijfmachine. Het doek is gevallen over de schrijfkunst van Biesheuvel. Een schrijveroprust.

Wat doet een krankzinnige schrijver die nietmeerschrijft? ‘Mijn lieve vrouw Eva graag zien. Ik was meteen smoorverliefdophaar, ze was een pin-up van 19 jaar. Die dag vergeet ik nooit. 4 augustus 1958 in Schiedam.Nuschenkt zemedagelijks een glaasje Ierse whisky in. Ik drink een druppel per kwartier. En sigaren van de Aldi roken. Heerlijk goedkoop en lekker. En lezen van klassiekers in de literatuur, natuurlijk.